2.png
De Winterboeken van de Margriet

Winterboekenhistorie

Algemeen
Wie, geboren zo rond de jaren veertig of vijftig van de vorige eeuw, kent niet het begrip Winterboek van de Margriet? Boeken met juweeltjes van omslagen van o.a. Jan Lutz, Eppo Doeve, Piet Maree, Fiep Westendorp en vol met strips, spannende verhalen, puzzels, raadsels en goocheltrucs. Ze werden door de wederverkoper aan huis aangeboden en verschenen rond Sinterklaastijd. Bijna iedereen heeft nog wel een exemplaar op zolder liggen en op tweedehands boekensites worden ze dagelijks tegen een schappelijk prijsje aangeboden. Vreemd genoeg houdt daar de informatie wel op. Navraag bij de uitgever naar achtergronden levert niets op en ook gegevens over de samenstellers zijn niet bekend. Merkwaardig!
Tijdens een speurtocht op Internet kwam ik de volgende oproep van Joost Pollmann tegen: “Margriet Winterbook: where Dutch kids took refuge between 1946 and 1975 – Tussen 1946 en 1975 verschenen er een kleine dertig Margriet Winterboeken bij Uitgeverij de Geïllustreerde Pers. Aan deze klassiek geworden reeks hebben veel bekende illustratoren meegewerkt. Ton Hulsebosch was de grote man achter deze reeksen, maar hij is even mysterieus als alom tegenwoordig. Wie weet of er ooit over de Winterboeken is gepubliceerd? Ik zou er namelijk graag een mooie publicatie over maken.”
Samen zijn we verder gaan zoeken, het aantal van dertig boeken is inmiddels uitgebreid tot 36 en waarschijnlijk is daarmee de serie Winterboeken compleet. Wie het (beter) weet mag het zeggen!


Links Winterboek 1942 en rechts Winterboek 1952 Klik op plaatjes voor meer informatie


Links Winterboek 1960 en rechts Winterboek 1972 klik op plaatjes voor meer informatie

Historie
In 1884 werd door Coenraad Nicolaas Teulings in ‘s-Hertogenbosch de drukkerij Cebema opgericht. Deze drukkerij maakte een opmerkelijke groei door en in 1936 nam Leo Teulings van C.N. Teulings’ Koninklijke Drukkerij het initiatief tot de vestiging van de Geïllustreerde Pers in Amsterdam. Het eerste begin van dit vaak met de afkorting GP aangeduide bedrijf was kleinschalig en men was werkzaam in een door de Nederlandsche Grafische Kunstinrichting (een ander bedrijf van Teulings) ter beschikking gesteld kantoorlokaal in de Pieter Pauwstraat in Amsterdam. In 1937 ging de GP samen verder met de Nederlandsche Diepdruk Inrichting. Deze drukkerij kwam in 1931 vanuit Leiden naar Deventer, de van oudsher beroemde drukkersstad en legde zich met name toe op het drukken van geïllustreerde tijdschriften in grote oplagen. Op 30 september 1938 verscheen bij de GP het eerste nummer van de Margriet en dit tijdschrift was in Nederland gedurende vele jaren het weekblad met het hoogste abonnementenaantal. Ook gaf de Geïllustreerde Pers “populaire romans en ontspanningslektuur” uit naast “werken van letterkundige of instructieve inhoud”. In dit rijtje paste goed een mix van ontspannings- en opvoedkundige lectuur voor de jeugd. Al in 1939 verscheen dan ook het eerste Winterboek. Dit zou het eerste exemplaar worden van een lange reeks verschijningen, waarvan het laatste uitkwam in 1988 bij het 50-jarig bestaan van de Margriet.


klik op plaatjes voor meer informatie

Oorsprong
Sinds jaar en dag worden er Winterboeken uitgegeven. Veel jeugdtijdschriften zoals de Donald Duck, Tina, Bobo en Suske en Wiske geven Winterboeken uit. Ook voor volwassenen verschenen er al vanaf 1922 tot en met 1939 bij de Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur in Amsterdam de Winterboeken van de Wereldbibliotheek. Uitgevoerd met prachtige Art-Deco boekbanden en met bijdragen van o.a. Nico van Suchtelen, Felix Timmermans en Carry van Bruggen.

Verder was er nog het Engelbewaarder Winterboek, een extra uitgave van het kwartaalschrift Stichting Vrienden van het Amsterdamsch Litterair Cafe. De Winterboeken van de Margriet vinden hun oorsprong in Engeland. Veel materiaal uit de Engelse annuals werd gebruikt in de eerste Winterboeken. Voor meer informatie: zie annuals.

Voorlopers
Voordat het eerste Winterboek in 1939 uitkwam, verschenen er nog een drietal boeken die veel leken op deze uitgaven. In de eerste plaats was daar het boek “Na vieren. De tuin der fantasie”. Een uitgave van C. Wiering te Amsterdam, ook in 1939. Het omslag is anders, linnen bedrukt met bandtekening van Lindenberg, maar de inhoud is identiek aan de inhoud van het eerste Winterboek. Het is nog niet duidelijk waarom deze beide boeken in hetzelfde jaar werden uitgegeven. Opvallend zijn de zes mooie kleurenplaten, deze zullen in volgende edities niet meer voorkomen.

Ook verschijnen er rond diezelfde periode twee gebrocheerde uitgaven van “Ons Kinderboek”. Deze boekjes bevatten veel materiaal uit het kindertijdschrift “Olijk en Vrolijk”. Het eerste Kinderboek is in feite een bundeling van 10 exemplaren van dit jeugdblad, en niet chronologisch geordend. Misschien een soort van drukproef, maar al wel met kaft en advertentie op de achterkant. Het bevat nummers van de tweede jaargang 1937-1938. In dit Kinderboek is ook duidelijk de hand van Ton Hulsebosch te herkennen: hij vertaalde in ieder geval de gedichtjes. Het tweede Kinderboek, uitgegeven door De Geïllustreerde Pers in Amsterdam bevat verhalen, gedichtjes, spelletjes, strips, kleurplaten en gekleurde platen, waarvan sommige zeker ook cover van Olijk en Vrolijk zijn geweest. Zoals “ezeltje rijden”, “de vogelschool” en “klepperende klompjes”. Het boekje kostte 35 cent, had 80 bladzijden en Jan Lutz tekende de voorplaat.

Het concept
Je zou kunnen zeggen: als je een Winterboek kent, dan ken je ze allemaal. Het concept is steeds hetzelfde, maar het verveelt nooit. Voeg een aantal spannende verhalen, toneelstukjes, versjes, goocheltrucs, strips, sprookjes, puzzels, spelletjes, raadsels en kleurplaten samen met mooie illustraties en je hebt een prachtig geheel. De verhalen in de eerste Winterboeken spelen zich vaak af in een Engelse of koloniale sfeer, maar bronnen worden niet vermeld. Wel zijn veel tekeningen door Engelse illustratoren gesigneerd, zoals T.H Robinson, L. Adamson, H.M. Talintyre, Ruth Moorwood, Sylvia Venus en Mildred Entwisle. Ook de eerste Pimmetjes Pech getekend door
Tijs Dorenbosch en Gijsjes Goochem van Jac. Grosman komen er in voor, evenals een vroeg verhaal van Marten Toonder over Tom Poes en Ollie B. Bommel.Dit Winterboek uit 1947 is een collectors item bij stripliefhebbers en moeilijk te bemachtigen.

  


Maarten Toonder,  Avonturen van Thijs IJs, de witte beer.
Zeer zeldzame eerste druk. De voorloper van Tom Poes

stond in de periode maart 1934-oktober 1938 dagelijks
in het Nieuwsblad van het Noorden. Van dit boekje zijn
vier exemplaren in Nederland bekend.


Allereerste Tom Poes-tekening
In: Nieuws van de Dag van 16 maart 1941


Uit: Algemeen Dagblad 21 januari 2012
Alle informatie over het Marten Toonderjaar is te vinden op: www.toonderjaar.nl

De gekartonneerde voor- en achterplaten zien er zeer aantrekkelijk uit en werden verzorgd door bekende tekenaars als Jan en Peter Lutz, Eppo Doeve, Piet Maree en later Fiep Westendorp, Jan Wesseling en Elly Zevenhuizen. Tijdens de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog werd door de illustratoren een eigen stille strijd werd gevoerd, gezien de voorplaten van ridders met een gevangene en een jaar later van reuzen die een klein jongetje bedreigen. Omdat tijdens de oorlog in april 1943 de uitgave van de Margriet werd onderbroken tot november 1945, lijkt het hiaat van de drie ontbrekende boeken uit 1943, 1944 en 1945 verklaard.

De Fusie
In 1964 was er de fusie van Cebema met De Spaarnestad. De Spaarnestad was in 1906 opgericht in Haarlem en nam vanaf 1946 de Libelle over van de NV Uitgeverij. Door genoemde fusie ontstond de VNU (Verenigde Nederlandse Uitgeversbedrijven), waarin beide uitgeverijen voor 50% aandelen hadden met de Margriet en Libelle als basis. Het was algemeen bekend, dat de Margriet door de “gewone” vrouw en de Libelle meer door de vrouw “van stand” werd gelezen. Waarschijnlijk was de fusie de reden dat de stijl van de Winterboeken veranderde, terwijl ook vanaf dat jaar de omslagen werden gelamineerd

De Wederverkoper
De GP werkte met het wederverkoper-systeem en dit betekende dat alle producten van de GP (voornamelijk andere bladen, boeken en kinderboeken) vaak persoonlijk door de wederverkoper werden aangeboden aan de deur of soms ook in de straat. In de jaren na de oorlog was het aantal gezinnen dat de Margriet en de Donald Duck las gigantisch en waarschijnlijk mocht het Winterboek in dat succes delen. In de provincie was de bezorger de enige boekverkoper die de huisvrouw zag en het Winterboek was een geschikt en redelijk geprijsd cadeau voor Sinterklaas en Kerst.

 

 
 
Het allereerste Winterboek uit 1939 kostte 90 cent, het daaropvolgende 80 cent en in 1941 was de prijs 85 cent. Voor een Winterboek uit 1950 werd f 2,90 betaald, in 1951
f 2,95 en in 1961 f 3,65. Helaas zijn geen exacte oplagecijfers bekend, maar in een goed jaar werden zeker meer dan 60.000 exemplaren verkocht. Ook over recensies valt weinig te zeggen, ze komen in de historische bronnen niet voor. We zullen het moeten doen met het enthousiasme van mensen, die in hun jeugd opgroeiden met de Winterboeken en met warmte reageren als ze het woord Winterboek horen noemen.
(Met dank aan Dick Briel)

Uit: John Bakkenhoven, Mijn laatste reportage (en de geschiedenis van de VNU):
Ik las ook alle boeken van mijn zusters. De boeken voor oudere meisjes. Cissy van Marxveldt, Emst van Soest, Top Naeff. Ik las alles van ze. Het meest genoot ik van Sanne van Havelte. Niet vreemd dat die naam mij te binnen schoot, toen ik in 1965 baas werd van de Boekenredactie van de Geillustreerde Pers, uitgever van Revue, Margriet en Donald Duck. Ik begon toen mijn eerste Winterboek te maken, jarenlang een speciale uitgave van Margriet. Er moest ook een verhaal voor oudere meisjes in. Sanne van Havelte schreef in die tijd allang geen boeken meer, maar op mijn verzoek heeft ze toen nog eens de pen gepakt en voor mij haar laatste verhaal geschreven. Weer hartstikke goed. Ik heb er haar waarschijnlijk meer voor betaald dan ze ooit voor een heel boek had gekregen. Dat had ze aan mij, als jongetje, wel verdiend. En ach, de GP had geld genoeg en van een Winterboek werden er in een maand zo’n honderdduizend exemplaren verkocht.

De illustraties
De illustraties in de jaren veertig en vijftig werden uitgevoerd in zwart, grijs en wit met als steunkleuren oranje, rood en groen. Vanaf de jaren zestig werden de zwart-witte tekeningen afgewisseld met full-color illustraties en het laatste exemplaar in 1988 eindigt stemmig in zwart-wit


Uit Winterboek 1941, pagina 126, 1965, pagina 104 en 1988, pagina 132