2.png
De Winterboeken van de Margriet

Strips in winterboek

Mengelwerken
De Nederlandse Winterboeken zijn een schoolvoorbeeld van zogenaamde “mengelwerken”. Mengelwerken voor de jeugd zijn verzamelboeken, die o.a. de volgende elementen bevatten: proza, poëzie, toneelstukjes, puzzels, trucs, kleur- en tekenwerken, raadsels, mooie illustraties, sprookjes, goochelwerken en last but not least stripverhalen. Er bestaan veel mengelwerken voor de jeugd, maar vaak ontbreken daarin de stripverhalen. Deze beeldverhalen werden immers als verfoeilijk leesmateriaal voor de jeugd beschouwd, ze zouden de leesluiheid van het kind bevorderen. Voor een uitgebreide presentatie van de Nederlandse Stripgeschiedenis kunt u de Lambiek-site (http://lambiek.net/aanvang/index.htm) bezoeken. Ook de Interactieve Stripsite (http://home.planet.nl/~staten/beeld.htm) geeft veel informatie over de Nederlandse stripgeschiedenis.

Het stripverhaal in het kort
Het beeldverhaal werd in vroeger tijden gebruikt om het ongeletterde volk iets mee te delen. Het oudst gedrukte beeldverhaal dat bekend is, is een prent uit omstreeks 1460/1470. In twaalf taferelen wordt de marteldood van de Heilige Erasmus verteld. Uit 1493 dateert de vermoedelijk allereerste ballonstrip van de graaf van Meurs. Deze brief met tekeningen met tekstballonnen bevindt zich in het gemeentearchief van Zutphen.

Cents- of Volksprenten

Volksprent Los vel papier met een anonieme, primitieve houtsnede van een heilige, een bijbelse gebeurtenis, een komische scène enz. De vroege volksprenten hebben één afbeelding per vel die zorgvuldig ingekleurd is. Vanaf de 17de eeuw verschijnen ook vellen met hele reeksen prentjes die min of meer willekeurig zijn gekleurd. Volksprenten waren goedkoop en ook mensen die niet konden lezen, konden ze begrijpen. Vooral gemaakt in de Nederlanden, vanaf de 15e eeuw. Uit de volksprent ontwikkelde zich de kinderprent .
Kinderprent Los vel papier met een serie kleine, anonieme en primitieve houtsneden die een bekend verhaal afbeelden, het ABC, kinderspelen, dieren enz. Meestal van kleurige vlekken voorzien dmv. een tampon . Ze werden vooral gemaakt in de Nederlanden in de 18de en 19de eeuw en voor weinig geld verhandeld zoals blijkt uit de ook gebruikte naam centsprent.

Vanaf de zestiende eeuw uit het Nederlandse beeldverhaal zich vooral in cents- of volksprenten. De prenten bevatten één of meer afbeeldingen en werden door marskramers op markten en aan huis verkocht. Vaak hadden deze beeldverhalen een kerkelijk karakter. Maar ook wereldse onderwerpen kwamen aan de orde, zoals bijvoorbeeld fabels en sprookjes. De centsprent werd ook gebruikt voor het uitbeelden van de vaderlandse geschiedenis.

Meneer Prikkebeen en Piet de Smeerpoets
“Meneer Prikkebeen” is het eerste Nederlandse stripboek en stamt uit het midden van de negentiende eeuw. Een ander bekend beeldverhaal uit de negentiende eeuw is “Piet de Smeerpoets” uit 1848. Deze strips kwamen echter uit het buitenland.

Comics
Aan het eind van de negentiende eeuw verschenen in Amerika de eerste komische strips in zondagsupplementen van verschillende kranten. In 1896 verscheen in “The Hearst New York American” de eerste komische strip genaamd “The yellow kid”.

Nederlandse krantenstrips
In 1921 werd het idee van krantenstrips overgenomen in Nederland. De Telegraaf naam in dit jaar uit de “London Evening News” een strip over, waarin een jongen Jopie Slim en een varken Dikkie Bigmans de hoofdrol speelden. In het Engels “Billy Bimbo and Peter Porker” (waarschijnlijk van Harry Folkard). De strip werd een ongekend succes en andere kranten volgden. De wereldreis van Bulletje en Boonestaak verscheen vanaf 2 mei 1922 als Nederlandse krantenstrip in Het Volk. Schrijver was A.M. de Jong (1888-1943), illustrator de Vlaming George van Raemdonck (1888-1966). De Jong en van Raemdonck werkten samen met veel plezier aan de dagelijkse belevenissen van de twee Hollandse jongens. Op onderstaande illustratie staan genoemde stripfiguren gezamenlijk afgebeeld.

Jopie Slim en Dikkie Bigmans (Marschlied)

Hier is het aardig paartje, Gij kent ons uit de krant,
Dik met z’n krullend staartje, En Joop met zijn bouffant,
Hier zijn nou Joop en Dikkie, We horen bij elkaar,
In kwajongensstreken, Zijn wij van zessen klaar.

Jopie Slim en Dikkie Bigmans, Zijn de schrik van ‘t land,
Sla maar ‘s morgens, ‘s middags, ‘s avonds, ‘s nachts je krantje op,
Zie j’een varkenskop, Zie j’een varkenskop,
Jopie Slim en Dikkie Bigmans, Zijn de schrik van ‘t heele land,
Sla maar ‘s morgens, ‘s middags, ‘s avonds, ‘s nachts je krantje op,
Zie j’een varkenskop, tip, top.

We zijn wel kwaje snaken, En bakken vaak een poets,
Slaan wij aan ‘t herriemaken, Dan doen we niet veel goeds.
Zien wij een diender komen, Snel gaan we op de loop,
Maar krijgt hij Dik te pakken, Zegt die:’t Was mijn vriendje Joop!

Zijn wij zelf eenmaal vader, En hebben heel wat kroost,
En krijgen die dan standjes, Dan zingen zij tot troost,
Jullie waren niet veel beter, Dat herinnert u zich toch,

Het lied van Joop en Dikkie, Dat zingt men heden nog.
Dit lied is in 1924 uitgegeven bij Vennootschap “Muziek en Letteren” te Amsterdam. De tekst was van An Schroder en de muziek van Max Tax.
In 1938 wordt er van Jopie Slim en Dikkie Bigmans een verfilming gemaakt. Deze jeugdfilm is niet bestemd voor landelijke roulatie in normale bioscopen, maar alleen voor vertoningen in jeugdhuizen. De regie was in handen van Jan van Dommelen en op 25 augustus 1938 was de première.

Het Dubbeltje, geïllustreerd weekblad voor de jeugd en het Huisgezin
Het Dubbeltje was het eerste Nederlandse stripblad en verscheen in 1922. Naast geïllustreerde verhalen stonden er ook veel strips in het tijdschrift.

Tweede Wereldoorlog
De oorlogsperiode in de jaren veertig beïnvloedde op verschillende manieren de ontwikkeling van de Nederlandse strips. De invoer van Amerikaanse en Engelse strips stopt, de drukpers komt vrijwel geheel in dienst te staan van propaganda-doeleinden en de censuur wordt verscherpt.

De beeldroman
De papierschaarste na de oorlog noopte tot inventiviteit. De beeldroman zag het licht: een boekje met een minimum aan papier, zo groot als een pakje sigaretten.
Voor de oorlog is de strip een geaccepteerd verschijnsel. In 1948 besluit de overheid opeens dat bepaalde beeldlectuur schadelijk wordt geacht voor de tere kinderziel. Op scholen worden daarom bepaalde strips verboden.

Toen de beeldromans in de jaren vijftig aan populariteit verloren, en er bovendien geen sprake meer was van papierschaarste, ontstonden de eerste comic-strips: tijdschriftjes met zwart-witstrips. De Bommelstrip, Erik de Noorman en Kapitein Rob vonden opgang.

Kinderstrips
De echte kinderstrip werd in Nederland in 1952 geïntroduceerd: De Donald Duck. Het blaadje was van begin af aan erg populair. Een aardig verschil tussen de Amerikaanse en Europese cultuur wordt zichtbaar. Hadden we hier de behoefte aan een domme, eigenwijze en altijd het onderspit delvende eend, in Amerika moet de held succesvol zijn en een goed karakter hebben: Mickey Mouse is daar de grote held.

Stripverhalen in Margriet Winterboeken
Tot en met 1965 komen in alle Winterboeken stripverhalen voor, zoals onderstaand overzicht laat zien.

Jaar Blz. Titel Auteur
1939 18
24
47
68
97
150
Jan Konijn en de schrokkerige vis
De bruiloft in Speelgoedland
Het zwarte masker (Bob Martin)
Grapjes uit het vogelland
De geheimzinnige grot
Teddy Beer




FrankWennens
Mary Tourtel
1940 40
63
73
83
84
113
144
177
De verdwenen roeiboot
Ming krijgt de eerste prijs
Grapjes uit het dierenrijk
Tim en Tom maken een hangmat
Spits de Wonderhond
Loes en Jet in angst
Grapjes uit het dierenrijk
De gestolen paarden







1941 33
59
109
110
125
151
De jacht op den gouddief
Link en Slim als toreadoor
Wat doet neef Flip?
Dat doet neef Flip!
Link, Slim en de messenwerper
Rin-Tin-Tin de Wolfshond





1942 56
84
85
93
106
118
148
166
185
186
188
189
190
220
265
Snik en Snak: Bles zorgt voor werkverruiming
Wat doet de tuinman?
Dat doet de tuinman!
Heintje Hoepla speelt voor slimmerik
Snik en Snak en het kattevel
De reis om de wereld van Teddy Beer
Heintje Hoepla- de Inbreker
Heintje Hoepla gaat jagen
Welke instrumenten bespeelt Hans?
Deze instrumenten bespeelt Hans
Baron Pief Paf gaat op jacht
Joris Sul schaft raad
Snik, Snak en het ijzersterke pak
Heintje Hoepla blust een brandje
Snik en Snak houden hun gemak
G. Stromberg ©


G. Stromberg ©
G. Stromberg ©
Mary Tourtel
G. Stromberg ©
G. Stromberg ©


T. Dorenbosch

G. Stromberg ©
G. Stromberg ©
G. Stromberg ©
1946 51
53
54
55
132
221
227
244
255
262
Mick Muis: hoe ontstaat een tekenfilm.
Wat doet meneer Pinksterton?
Dat doet meneer Pinksterton!|
Tedje Bruin: de Spookhoeve
Jantje haalt de was
Heintje Hoepla bakt pannekoeken
Natuurlijke Historie
Paps gebruikt vlekkenwater
Zo’n oude deugniet
Snik heeft het lelijk te pakken
Walt Disney


Mary Tourtel

G. Stromberg ©

T. Dorenbosch

G. Stromberg ©
1947 38
40
65
66
74
134
135
De luie Tuinman
Dikke Tinus krijgt zijn loon
Echt gebeurd
De avonturen van Brom Beer
Paultje krijgt een modderbad
Tom Poes wil liften
Tom Poes als brandweerman

Joop Lobler
T. Dorenbosch
M. Toonder
Joop Lobler
M. Toonder
M. Toonder
1948 68
74
113
140
208
215
272
Van een Moriaantje, dat in slaap viel
Paultje redt de taartjes
Van kleine Piet en Jan de Wind
Joep Bolletoet vangt een dier
Als kleine jochies grote vissen vangen
Joep Bolletoet maakt krentenmik
Hoe Fikkie een verscheurende tijger werd
T. Dorenbosch
Joop Lobler
T. Dorenbosch
Joop Lobler
T. Dorenbosch
Joop Lobler
T. Dorenbosch
1949 53
73
113
137
172
204
233
Flip, de slaapkop, het aardmannetje
Rin Tin Tin, de overval op de Postkoets
De wandelende tafel
Stoute Piet en de fles limonade
Van een domme poes
Hoe men in Negerland tanden trekt
Ontvoerd


T. Dorenbosch
T. Dorenbosch
T. Dorenbosch
T. Dorenbosch
1950 52
148
248
Gijsje Goochem en de roomtaart
Gijsje Goochem gaat schaatsenrijden
Gijsje Goochem: Nero is ondeugend
J. Grosman
J. Grosman
J. Grosman
1951 40
124
168
248
Gijsje Goochem en de grote hond
Gijsje Goochem en de voetbal
Helden der Lucht (Frank en Len)
Gijsje Goochem beschermt zijn oom
J. Grosman
J. Grosman

J. Grosman
1952 88
156
244
Gijsje Goochem koopt ijshoorntjes
Gijsje Goochem als dierentemmer
Gijsje Goochem omhelst de bedelaar
J. Grosman
J. Grosman
J. Grosman
1953 179
217
Een koekje voor Bonzo
Het muizen-ABC

1954 150
157
216
266
De lucifermannetjes gaan voetballen
Gulzige Flip
Dorus Droomoor droomt dwaze dingen 1
Paps knapt het wel op
F. Wijnand


1955 157
158
166
180
203
204
208
Handige Flip
Gijs, de hondenvanger
De lucifermannetjes worden gefopt
Gijs Durfal en zijn brave neefje Eduard
Krieltje weet het beter
Dorus Droomoor droomt dwaze dingen 2
Miezepoes en de voetbal


F. Wijnand



1956 52
152
162
Wil Scarlet slaat toe!
De lucifermannetjes op visite
Buck Jones en de bandiet Diavolo

F. Wijnand
1957 75
202
210
245
Bootsjongen Bob en zijn kat Felix
De lucifermannetjes doen boodschappen
Jimmy reist naar Londen
Chris en zijn oom

F. Wijnand

1958 64
78
79
115
116
175
176
186
213
262
264
Richard Leeuwenhart de Kruisvaarder
Wat doet meneer Jansen?
Dat doet meneer Jansen!
Wat doet mevrouw Jansen?
Wat doet mevrouw Jansen!
Wat doet Karel?
Dat doet Karel!
Het Steentijdperk
Bram
Wat doet Suzanne?
Dat doet Suzanne!










1959 65
195
236
Wak en de Vikinghoofdman
Het verdwenen ruimteschip
Bibo Beer gaat op stap


1960 97
202
Sir Lance Neville en Cedric, de loslippige schildknaap Edmund de Geweldenaar (Noormannen)
1961 63
188
232
Muiterij op ruimteschip Palomar
Buffalo Bill en de spion
De lucifermannetjes in de cel


F. Wijnand
1962 79
170
Robin Hood en de Vikings
Operatie Nul Uur Nul, een speurtocht in de ruimte

1963 112
247
Olac de Gladiator
Knabbel en Babbel

Walt Disney
1964 97
170
Lochinvar, de held van Schotland
De kleine boze wolf

Walt Disney
1965 36
176
Oom Dagobert
Testpiloot in gevaar
Walt Disney
1966 -
1967 -
1968 -
1969 -
1970 172 Paulus : de tovernies Jean Dulieu
1971 26
154
Olaf tekent voor Babetje
Pip en Zip en de Sneeuwman
E.Wenzel Burger
Balthasar-Lippisch
1972 -
1973 -
1974 -
1975 -
1988 -
- : geen strip verschenen
– : auteur onbekend