Biografie: Worm
- Home
- Annuals
- Biografieën
- Alka
- Berbers
- Bouhuys
- Carvalho
- Dixhoorn
- Doeve
- Dorenbosch
- Gerding
- Goris
- Grosman
- Helfensteijn
- Herson
- Hulsebosch
- Jansma
- Korthals Altes
- Kresse
- Lap
- Leeuwen van Bierenbosch
- Löbler
- Lutz
- Macrander
- Marée
- Meer van der
- Schermele
- Stempels
- Stork
- Veen
- Vet
- Vollewens
- Vollewens-Zeylemaker
- Vos
- Wanrooij
- Wesseling
- Wijdeveld
- Wijnand
- Worm
- Zipper
- Zonderland
- Diversen
- Jeugdboeken
- Kerstboeken
- Schaduwbeelden
- Strips in winterboek
- Tentoonstellingen
- Teulings’ Drukkerijen
- Vakantieboeken
- Walt Disneyboeken
- Week in Beeld
- Winterboekencovers
- Winterboekenhistorie
- Te koop en Linken
- Contact

Worm, Petrus Johannes Franciscus Maria/Piet (Alkmaar 17-09-1909/ Alkmaar 07-05-1996) was leerling aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. Hij ontwikkelde zich tot wandschilder, schrijver/illustrator van kinderboeken en hij was boekbandbinder.

Riet van Buren, De witte wereld 1935/ Kees Spierings, Storm over Grand cirque 1939
Tussen september 1936 en september 1941 leverde hij strips zoals “Van Kwik-Kwak het kikkertje” met tekst van Tom Drost voor OKKI – Onze Kleine Katholieke Illustratie en vanaf 3 juli 1936 illustraties voor de kinderbijlage “Kleine Wij” van het socialistische tijdschrift Wij. In 1940 ontwerpt Piet Worm voor Helikon, maandschrift voor poëzie het omslag voor de bundel Dead end van Gerrit Achterberg. Sommige later verschenen maandschriften zullen – in diverse kleuren – hetzelfde omslag hebben.


Samen met Tom Bouws was Worm uitgever van het kindertijdschrift De Fontein. Voor dit tijdschrift tekende hij de figuur “Professor Zegellak”, met tekst van Daan Zonderland. Ook Lachebek, de driedelige serie over Jeroen en de Blikken Fluit zijn een coproductie van Daan Zonderland en Piet Worm.

Daan Zonderland: Lachebek en de reus IJzerhart, Lachebek en de Wondernaald, Lachebek en de heks Rammelknie 1946

Het Heldenlied van Jan en Piet, een boek van Piet Worm 1947/ Daan Zonderland, de avonturen van Jeroen en zijn vrienden 1949

Zwart-wit 1952



Daan Zonderland, de blikken fluit 1948/ Bertus Aafjes en Piet Worm, de vogelvis 1948
In 1953 ruilt hij zijn architectenbestaan definitief in voor tekenbord, Oostindische inkt en kleurkrijt. Daar had hij al enige tijd mee geëxperimenteerd en waardering mee geoogst. Het Kind noemde de illustraties van deze colorist in 1937 spontaan en fantasierijk, en doelde daarmee op een afbeelding van een circuspaard, een goedig dier, staart en manen met bloemen versierd. Op zijn rug een klein meisje met wapperende linten. ‘Zo tekent men voor kinderen: zo eenvoudig, zo grappig, zo kleurig en feestelijk en zo geschikt om op voort te borduren met een kluchtig verhaal. Maar ook: zo fors en gesloten, zo sterk en direct.’ Piet Worm had de verveling van de onderduikperiode verdreven met het maken van schetsen voor een kinderbijbel en voor De Drie Paardjes.

Piet Worm, de Bijbel voor kinderen verteld in drie delen (ook verschenen in het Engels Stories from the Old and New Testament en in het Spaans: la B*-iblia de los ninos) 1955 en later.
De drie paardjes
De Gouden Boekjes (* zie noot) die uitgeverij De Bezige Bij in 1949 vanuit Amerika naar Nederland haalt, zorgen voor een ware revolutie. Tot die tijd waren prentenboeken in meerkleurendruk immers een zeldzaamheid. Iets dergelijks herhaalt zich een paar jaar later met De Drie Paardjes (1955) van Piet Worm die door Van Holkema & Warendorf Nederland wordt binnengevoerd. Werk dat de Nederlandse uitgevers aanvankelijk niet durven uit te geven, omdat het te vernieuwend is en een kostbare produktie vereist. Maar als de Amerikaanse uitgeverij Random House hem voor De Drie Paardjes een contract aanbiedt voor 150.000 exemplaren, gaat de wereld er heel anders uitzien. Vanaf dat moment rennen zijn paardjes naar Nederland, Duitsland, Engeland, Zweden, Frankrijk en Italië. ‘Er waren eens drie kleine paardjes. Het eerste heette Witje, omdat het helemaal wit was. Het tweede heette Zwartje, natuurlijk omdat het helemaal zwart was. Het derde heette Bruintje, omdat het helemaal bruin was.”



Witje, Bruintje en Zwartje gaan verkleed als prinsessen naar de stad, waar ze door de burgemeester worden ontvangen die juist die dag drie Koninklijke Hoogheden verwacht. Als uitkomt dat hier een vergissing in het spel is, belanden de drie paardjes en hun kamerheer in de gevangenis waar ze na enige verdrietigheden ook weer uit komen natuurlijk. Het boek valt op door het uitzonderlijk grote formaat – ‘kinderen zullen er de hele dag mee willen sjouwen’ – èn door de felle kleuren. In Het Parool schrijft Annie M.G. Schmidt: ‘Een verhaal om altijd weer opnieuw te willen horen en met tekeningen waar je nooit op uitgekeken raakt.’ Met goed gevoel voor publiciteit weet Piet Worm zijn boek aan beroemde personen aan te bieden, onder anderen aan Josephine Baker en Prinses Gracia van Monaco, en pleit hij waar mogelijk voor het goedkoper maken van kinderboeken. Dat hij over dergelijke capaciteiten beschikte, was al gebleken toen hij zijn gebedenboek voor kinderen Bid, kindje, bid (1946) afsloot met de beroemd geworden zinsnede ‘En kinderen, bid nu nog eens braafjes, voor Piet Worm en Bertus Aafjes.’ Zijn veulentjes worden zo’n succes dat ze weldra opduiken op kindergordijnen of eetgerei. Het Scapino-ballet viert zijn tienjarig jubileum met Het Ballet van de Drie Paardjes in een decor van Piet Worm en er komt een serie vervolgdelen. Alleen De drie gekroonde paardjes (1959) waarin Witje, Bruintje en Zwartje bij de drie echte prinsessen op het paleis gaan wonen en De drie paardjes op vakantie (1961) waarin een carrière als draaimolen- en woonwagenpaard uitloopt op een spontane vakantie, verschijnen nog bij Van Holkema & Warendorf. Latere delen elders.
Bron: Toin Duyx en Joke Linders De Goede Kameraad. Honderd Jaar Kinderboeken, 1991
Kinderboekenweekgeschenk
Het Kinderboekenweekgeschenk is een jaarlijkse uitgave voor kinderen in het kader van de kinderboekenweek. Het allereerste exemplaar werd uitgegeven in 1955 en was een lezende clown. Piet Worm was de ontwerper van deze wandprent.

In 1958 verschijnt in twee delen bij J.M. Meulenhoff en Van Holkema & Warendorf in Amsterdam “De vrolijke vaderlandse geschiedenis”. In fraaie vorm gemaakt door Bertus Aafje en Piet Worm. Van de Batavieren tot de Gouden Eeuw en Van de Gouden Eeuw tot nu.

Bij Uitgeverij Mulder en Zonen in Amsterdam verschijnt in hetzelfde jaar De Regenboogkinderen.
Een boek van Piet Worm, tekst van Joséphine Baker en met medewerking van Jo Bouillon.

Lieve God met tekst en illustraties van Piet Worm verschijnt in 1976 bij J.H. Gottmer Haarlem en in 1980 ‘k Hoorde zo geerne de vogelkens schuifelen. Een feestboek vol gedichten van de jarige Guido Gezelle die 150 jaar geleden in Brugge werd geboren. Piet Worm maakte een keuze uit zijn duizenden verzen en tekende er prentjes bij. Dit jubileumboek is een uitgave van Altiora-Averbode en van Omniboek – Den Haag. De begeleidende tekst van Piet Worm luidt als volgt:

“Dit is het portret van de grote Vlaamse dichter Guido Gezelle, die in 1830 in Brugge werd geboren en daar in 1899 voor altijd zijn ogen sloot. Zoals ik hem uit zijn gedichten heb leren kennen, was hij een man naar mijn hart. Een lieve man, vol humor en van een grote gevoeligheid. Hoe kon hij luisteren naar het lied van de bijtjes, de meesjes, de zwaluwen en de nachtegaal. Hoe hield hij van de grasjes en de bloemen. Zij allen waren voor hem Gods evenbeeld. Wat wist hij de Schepper in hen te eren. Met een minimum aan woorden wist hij een maximum uit te drukken. Lees “t Er viel ‘ne keer een bladtjen op het water”. Welke dichter heeft hem dit nagedaan? En zijn “Schrijverke”. Het is als een lied van kinderstemmen. Guido Gezelle dacht in verzen, droomde in verzen, hij was een ras-echte dichter. Wat hield hij van Vlaanderen. “De Vlaamsche tale is wonder zoet, voor die heur geen geweld en doet!”Guido Gezelle had in geen andere taal zó schoon en zó aandoenlijk kunnen dichten. Hij speelde met woorden als een fliefflodderke rondom een bloem, als een lammetje in de wei. Meneer Gezelle hoe zullen wij U ooit kunnen danken. Wij zullen U nooit en te nimmer vergeten”.

************************************************************************************************************ Persbericht 13-06-2007: Nieuwe gratis krant op tabloïd-formaat
De Gouden Boekjes Krant nr. 1
Ook Uitgeverij Rubinstein komt met een gratis kwaliteitskrant op tabloidformaat op de markt. De Gouden Boekjes Krant moet een brug slaan naar een nieuwe generatie lezers. ‘We richten ons op een jong publiek dat eraan gewend is geraakt dat nieuws gratis is,’ aldus de uitgever. De krant bevat niet alleen kort Gouden Boekjes-nieuws en achtergrondartikelen, maar zal voor een groot deel uit beeld bestaan. In het eerste nummer is niet alleen aandacht voor een achtervolgingszaak waarbij een vos onlangs een koekemannetje klemreed en een uitslaande brand waarbij vijf brandweermannetjes een vrouw redden, ook wordt dieper ingegaan op het te verschijnen standaardwerk The Golden Legacy , naar aanleiding van 65 jaar Gouden Boekjes in de VS, en The making of… de klassieker Jan de Vliegtuigman.

De Gouden Boekjes Krant wordt gedistribueerd door de Samenwerkende Kinderboekwinkels (zie voor de distributiepunten www.kinderboekwinkels.nl .) De krant is bovendien onderdeel van een crossmediaal nieuwsplatform. De uitgever: ‘Naast de Gouden Boekjes Krant verschijnen er ook Gouden Boekjes in boekjesvorm. Om een intensieve interactie tussen lezer en krant op gang te brengen, organiseren de uitgeverij en de Samenwerkende Kinderboekwinkels een grootscheepse ‘Maak je eigen Gouden Boekje-wedstrijd’ waarmee spectaculaire prijzen zijn te winnen.
*************************************************************************************

De eerste Gouden Boekjes verschenen in 1944 in Amerika bij uitgeverij Simon en Schuster en kostten maar 25 cent. Het doel: mooie prentenboeken betaalbaar maken voor iedereen. De truc van de Gouden Boekjes was een slimme druktechniek: de boekjes hadden een mooie harde kaft, maar de pagina’s werden slechts bij elkaar gehouden door twee nietjes, wat werd verhuld met een gouden bandje. De Little Golden Books werden een groot succes: de hele babyboomgeneratie groeide er mee op.
Bron: Flow 2009

Uit het Algemeen Dagblad van 25 september 2010. Klik op de foto om het artikel te lezen.

In 1954 werden bij de Bezige Bij/Wed J.R. van Rossum twee Gouden boekjes uitgegeven, ontleend aan de Bijbelse Geschiedenis. Ze werden uitgekozen en bewerkt door Jook Steenhoff.
a. Het kindje Jesus van Bethlehem door Beatrice Alexander, plaatjes van Steffie Lerch
b. Vijf kinderen uit het Oude Testament met plaatjes van R. Dixon en M. Hartwell
Gouden boekje nr. 40 Ik kan vliegen door Ruth Krauss, tekeningen Mary Blair, bewerkt door Han G. Hoekstra, de Bezige Bij, 1950


