Biografie: Wesseling
- Home
- Annuals
- Biografieën
- Alka
- Berbers
- Bouhuys
- Carvalho
- Dixhoorn
- Doeve
- Dorenbosch
- Gerding
- Goris
- Grosman
- Helfensteijn
- Herson
- Hulsebosch
- Jansma
- Korthals Altes
- Kresse
- Lap
- Leeuwen van Bierenbosch
- Löbler
- Lutz
- Macrander
- Marée
- Meer van der
- Schermele
- Stempels
- Stork
- Veen
- Vet
- Vollewens
- Vollewens-Zeylemaker
- Vos
- Wanrooij
- Wesseling
- Wijdeveld
- Wijnand
- Worm
- Zipper
- Zonderland
- Diversen
- Jeugdboeken
- Kerstboeken
- Schaduwbeelden
- Strips in winterboek
- Tentoonstellingen
- Teulings’ Drukkerijen
- Vakantieboeken
- Walt Disneyboeken
- Week in Beeld
- Winterboekencovers
- Winterboekenhistorie
- Te koop en Linken
- Contact
Foto: Rob van der Nol (zelfportret Jan Wesseling)
Wesseling, Jan (Anthonius) werd op 21 januari 1925 geboren in Ouderkerk a/d Amstel en overleed op 11 juni 1999. Als tekenaar was hij autodidact. Hij volgde weliswaar enige lessen modeltekenen, maar toen was hij al actief als illustrator. Zijn eerste tekeningen publiceerde hij in Nederlands-Indië, waar hij was gestationeerd in het kader van de politionele acties. Ook illustreerde hij daar zijn eerste boek “Tussen sawahs en bergen” (Semarang 1948) en schilderde hij samen met de bekende schilder Ernest Desentje.


Ernest Desentje, oil on canvas, Flamboyan (links) en Landscape (rechts)
Na zijn terugkomst in Nederland werkte hij een aantal jaren bij diverse reclamebureau’s. Zijn grote ideaal was echter om strips te tekenen. Uiteindelijk lukte het hem in 1956 een verhaal te verkopen aan De Telegraaf, maar die stelde de voorwaarde dat hij die strip onder de paraplu van een studio zou maken. Zo kwam hij bij de Toonder Studio’s terecht. Echter, die zagen niets in Wesseling’s science-fictionverhaal en boden in plaats daarvan de strip Marion aan.
Na zijn terugkomst in Nederland werkte hij een aantal jaren bij diverse reclamebureau’s. Zijn grote ideaal was echter om strips te tekenen. Uiteindelijk lukte het hem in 1956 een verhaal te verkopen aan De Telegraaf, maar die stelde de voorwaarde dat hij die strip onder de paraplu van een studio zou maken. Zo kwam hij bij de Toonder Studio’s terecht. Echter, die zagen niets in Wesseling’s science-fictionverhaal en boden in plaats daarvan de strip Marion aan.

Rosita nr. 32, 10 augustus 1963/ Marion, de spion van Estoril/ Weekblad Pep nr. 2, 8 januari 1966, uitgave Geillustreerde Pers cover van Jan Wesseling
Wesseling mocht die strip wel tekenen…Wilde Wesseling eerst niets liever dan strips tekenen, al na een paar jaar wilde hij niets liever dan ermee stoppen: hij had een passie gekregen voor het tekenen van illustraties. In de avonduren illustreerde hij verhalen voor het damesblad Rosita, wat begin jaren ’60 er toe leidde dat hij de Toonder Studio’s verliet om free-lance te gaan werken. Wesseling was vrij: hij kon het hele vel papier gebruiken in plaats van de met strips samengaande vakjes en kon zich helemaal uitleven met kleuren. Al snel ontwikkelde hij zich tot een veelgevraagd illustrator die voor een groot aantal tijdschriften en uitgeverijen werkte. Zijn productie is immens, maar de hoogtepunten uit zijn carriere zijn zonder meer zijn illustraties van Pipo de Clown (voor o.a. Donald Duck, Margriet en de bekende Winterboeken).
Wesseling mocht die strip wel tekenen…Wilde Wesseling eerst niets liever dan strips tekenen, al na een paar jaar wilde hij niets liever dan ermee stoppen: hij had een passie gekregen voor het tekenen van illustraties. In de avonduren illustreerde hij verhalen voor het damesblad Rosita, wat begin jaren ’60 er toe leidde dat hij de Toonder Studio’s verliet om free-lance te gaan werken. Wesseling was vrij: hij kon het hele vel papier gebruiken in plaats van de met strips samengaande vakjes en kon zich helemaal uitleven met kleuren. Al snel ontwikkelde hij zich tot een veelgevraagd illustrator die voor een groot aantal tijdschriften en uitgeverijen werkte. Zijn productie is immens, maar de hoogtepunten uit zijn carriere zijn zonder meer zijn illustraties van Pipo de Clown (voor o.a. Donald Duck, Margriet en de bekende Winterboeken).

Dag vogels dag bloemen 1970/ Pipo en het oog van Ox GP 1968 (Met dank aan Rob van der Nol)

Tekening bij Pipoverhaal in Margriet, door Jan Wesseling geschonken aan Alison Korthals Altes bij haar vertrek van de Geillustreerde Pers.
Bij Uitgeverij Westfriesland in Hoorn verscheen tussen 1975 en 1977 de zesdelige Witte Ravenpocket-serie over de twee goede reuzen Belfloor en Bonnevu geschreven door A.D. Hildebrand. In 1975 en 1976 bij dezelfde uitgever en van dezelfde schrijver Valko de Vos, Valko en zijn vrienden en In het warme vossenhol.

Tussen 1976 en 1978 verschenen bij Uitgeverij West-Friesland in Hoorn vier boeken over Het Land Narnia van de Engelse schrijver C.S. Lewis. Deze edities bevatten in totaal zeven delen Narnia en waren tussen 1956 en 1959 ook al uitgegeven bij West-Friesland. De eerste serie met stofomslagen leek veel op de Engelse originelen, de nieuwe serie kreeg omslagen getekend door Jan Wesseling. De vertaling van beide reeksen stond op naam van Pieter van Nierop, pseudoniem voor Frederik Pieter Groot, kinderboekenschrijver in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw.
Wesseling illustreerde ook veel voor Lemniscaat, zoals bijvoorbeeld het omslag van Oorlogswinter van Jan Terlouw (1972), Zwerftocht met Korilu van Thea Beckman (1981) en Het Onzichtbare Licht van Evert Hartman (1982).

Reactie van Alison K. Altes (kunstenares, dichteres en tekenares van de cover van het Margriet Vakantieboek 1962):
“Ik kwam rond 1957 op de lay-out afdeling van de Geïllustreerde Pers, later op de Stadhouderskade. Er was nog een jonge vrouw, ook van de Rietveld Academie. Zij had de typografie-afdeling gedaan en ik de illustratieklas. In het begin kreeg ik simpele teksten voor Margriet te doen. Later kreeg ik ook leuk werk, ontwerpen van affiches en programma’s voor de jaarlijkse modeshow van Margriet. Na een paar jaar werd ik de vaste Lay-Outvrouw voor Donald Duck. We waren de enige vrouwen op de grote afdeling met wel zestien mannen, waar ieder zijn eigen bureau met telefoon en lichtbak had. Het was toen nog een “mannenvak”, typografie.

Toen ik voor Donald Duck ging werken kwamen de illustratoren vaak persoonlijk hun tekeningen brengen. Deze waren meestal heel groot. En moesten flink verkleind worden in de “donkere kamer” waar de grote lichtbak stond. Dan kon je de tekening onder de lens leggen en door aan een van de twee wielen te draaien, kon je deze vergroten of verkleinen. En vervolgens overtrekken op papier dat een beetje doorschijnend was. Zo koos je de juiste plaats voor de illustratie, nadat je de tekst aan je bureau geteld en op het papier aangegeven had. Dan zag je hoeveel ruimte er over was voor de illustratie. De tekenaars kwamen graag langs om even een praatje te maken bij een kop koffie in de kantine. Ook Jan Wesseling heb ik zo regelmatig gezien en gesproken. Hij was een opgewekte vriendelijke man in mijn herinnering. Blauwe ogen en donkerblond licht krullend haar, vrij groot. Door dat vriendelijke contact had hij wel invloed op mij. Hij wilde graag dat je zijn tekening zo groot mogelijk lay-outte, zodat deze ook groot in Donald Duck werd afgedrukt! Maar dat wilden alle illustratoren, en zelf vond je het ook belangrijk dat hun werk goed tot zijn recht kwam. Ik tekende of knipte er leuke letter”kopjes” bij. Ook veel groter en dan kleiner afgedrukt in het Duck-blaadje. Eigenlijk wilde de hoofdredactie die tekeningen en verhalen liever weglaten. Door druk van o.a. onderwijsinstellingen, die meenden dat kinderen als ze alleen maar strips lazen later geen boeken wilden lezen. Moesten die verhalen erin, met zo leuk mogelijke illustraties om de kinderen tot lezen aan te zetten! Later mocht ik zelf ook illustraties gaan maken voor Donald Duck. Deze lay-out methode is sinds de computer volkomen verouderd en gaat dat alles nu via de computer en het ontwerpen en lay-outen via het scherm. De lichtbak is overbodig geworden. Ik heb nog een kleine lichtbak op zolder staan, maar wie is daar nu nog in geinteresseerd?!”








