Biografie: Lutz
- Home
- Annuals
- Biografieën
- Alka
- Berbers
- Bouhuys
- Carvalho
- Dixhoorn
- Doeve
- Dorenbosch
- Gerding
- Goris
- Grosman
- Helfensteijn
- Herson
- Hulsebosch
- Jansma
- Korthals Altes
- Kresse
- Lap
- Leeuwen van Bierenbosch
- Löbler
- Lutz
- Macrander
- Marée
- Meer van der
- Schermele
- Stempels
- Stork
- Veen
- Vet
- Vollewens
- Vollewens-Zeylemaker
- Vos
- Wanrooij
- Wesseling
- Wijdeveld
- Wijnand
- Worm
- Zipper
- Zonderland
- Diversen
- Jeugdboeken
- Kerstboeken
- Schaduwbeelden
- Strips in winterboek
- Tentoonstellingen
- Teulings’ Drukkerijen
- Vakantieboeken
- Walt Disneyboeken
- Week in Beeld
- Winterboekencovers
- Winterboekenhistorie
- Te koop en Linken
- Contact

Lutz, Johannes Hermanus (Rotterdam 11-11-1888/07-09-1957 Laren) werkte aanvankelijk als ontwerper bij drukkerij L. van Leer & Co in Amsterdam. Daarna volgde hij lessen aan de academie in Düsseldorf. Lutz was vervolgens gedurende vele jaren de huisontwerper van Bührmann’s Papiergroothandel. Hij was free-lance illustrator van vele kinderboeken en tijdschriften en tekende o.a. veel voor Uitgeverij Kluitman, Meinema in Delft en Callenbach in Nijkerk. Samen met Pol Dom (Antwerpen 1885 – Den Haag 1978) en Hans Borrebach (Den Haag 1903 – Den Haag 1991) was hij gedurende lange tijd toonaangevend op het gebied van jeugdboeken-illustraties. Ook schreef en tekende hij strips, zoals De Avonturen van Daantje Hap en z’n Vrienden, die in 1925 in het Handelsblad verschenen. Jan Lutz maakte ook enkele reclameprentenboekjes voor jamfabriek De Betuwe in Tiel (zie: http://www.flipjetiel.nl/content/category/1/9/16/ ). Daarnaast maakte hij spotprenten en karikaturen (o.a. sportkarikaturen). Lutz tekende illustraties voor De Engelbewaarder, een tijdschrift voor de katholieke jeugd.
Uit: Als het wintert … , uitgave van H. Nelissen Bilthoven, 1933 met 45 humoristische teekeningen gereproduceerd van Hollandsche kunstenaars

Uit: Nieuwsblad van het Noorden van 4 januari 1944

K. Norel, Pioniers in zuiderzeeland 1939/ De Engelbewaarder 01-10-1951

Jan Knape Mzn., Het Witte Hondje, N.V. W.D.Meinema, Delft, 1953
De combinatie Jan Lutz / Winterboeken was ook een hele goede: Lutz verzorgde de covers van 1941, 1942, 1946 en 1950 (de tweede uitgave) en hij verzorgde illustraties in de jaargangen 1950, 1951, 1952, 1953, 1954 en 1957.

Uit: Winterboek 1952,1954,1957
Uit: StOKpaardje (periodiek Stichting Oude Kinderboek)
Jan Lutz of het heimwee naar december
Soms, midden in de zomer, op glanzend zonnige dagen met ochtendnevel en een merel, die zingt vanaf een hoge boomtak in de buurt, slaat bij mij het heimwee toe. Nee, niet naar de stranden van Mexico of de Chinese muur of, om wat dichter bij huis te blijven, naar Bergen aan Zee of de heuvels van Zuid-Limburg, maar naar de maand december.
Waar komt die nostalgie vandaan?
Het toppunt van geluk, maar dat is meestal teveel gevraagd in ons klimaat, is een decembermaand met sneeuw, ijs en helderblauwe luchten. Maar vooral ook: klokgelui op kerstavond, warme chocolade (lust ik alleen in december), herinneringen aan het kerstverhaal op de zondagsschool, warme oliebollen op oudjaar. Met het ouder worden wordt het heimwee sterker en ik heb me afgevraagd waarom. Er zullen best verklaringen voor zijn die hun oorsprong vinden in de duisternis van de menselijke geest, in mijn geval heeft het heel gewoon te maken met warmte, gezelligheid, de geur van bloeiende hyacinthen, een pannetje met warme banket op de kolenkachel, kortom: knusheid! Wat ontzettend saai allemaal! En natuurlijk heeft dat gevoel ook te maken met het Margriet winterboek. Lezen op een kleedje voor de kachel, vlammen achter de mica ruitjes en een rooie kop van de hitte. Niet gezond misschien maar ach, in die tijd rookte je ook nog gewoon zonder dat je als halve crimineel werd neergezet: ‘Een tevreden roker is geen onruststoker’ en zo is het maar net.
Wonderschone winterboeken
In die tijd, in de vijftiger jaren van de vorige eeuw, heb ik, via een aantal Winterboeken, Jan Lutz leren kennen. Niet persoonlijk maar dankzij zijn illustraties. Soms maakte hij de omslag van een Winterboek, soms illustreerde hij het eerste verhaal, soms allebei. Sinterklaas en mijn verjaardag waren dagen vol boeken. Het Winterboek kwam, meen ik, eind november uit. Aan de grootte van het pakje kon je zien wat er in zat. Het papier werd weggerukt (tot verdriet van mijn moeder, je moest dat met zorg doen) en natuurlijk keek ik meteen hoe lang dat eerste, altijd spannende, verhaal was: meestal rond de vijftig pagina’s. En snel even kijken naar de tekeningen van Jan Lutz. Die maakten het verhaal op voorhand al dubbel zo spannend. De mooiste omslag die hij maakte is misschien wel die van het Winterboek uit 1941. Trotse ridders te paard in de sneeuw. Door de poort wordt je een blik in de stad gegund. Prachtig, om eindeloos naar te kijken en van te genieten!
Unieke tekenstijl
Wat was het bijzondere aan die illustraties? De wat hoekige hoofden van de jongens? De bijzondere compositie van zwart en wit waardoor je de spanning bijna voelde? Jongens waren echte jongens. Een schavuit was een echte schavuit, je zag het aan zijn kleding en manier van lopen (hoewel dat schavuit zijn soms toch ook weer meeviel als je op bladzijde veertig beland was). Met weinig lijnen en in zwart wit (later, om met de tijd mee te gaan, ook met de steunkleuren rood en groen, maar nodig waren die niet). Als ik aan december denk denk ik ook aan Jan Lutz en dat is eigenlijk al mijn hele leven zo. Een rode draad in mijn (lezend) leven? Dat is misschien wel wat sterk uitgedrukt maar ik moet toegeven dat ik regelmatig boeken en boekjes met illustraties van Jan Lutz koop, ook zonder op de tekst te letten.
Wie was Jan Lutz?
De laatste jaren werd ik steeds nieuwsgieriger naar Jan Lutz. Wie was die man die me zoveel spannende en leuke momenten bezorgde? Je gaat op zoek en dan blijkt dat de hoeveelheid beschikbare informatie over Jan Lutz beperkt is. In boeken over kinderliteratuur worden er soms een paar regels aan hem gewijd maar daar blijft het bij. Op internet vind je wat (beknopte) informatie (op verschillende sites staat soms met dezelfde fout: A.D. Hildebrad in plaats van Hildebrand. Iedereen blijkt van iedereen over te schrijven dus daar word je ook niet veel wijzer van. In mijn hart hoopte ik dat er ooit al eens een biografie over hem verschenen was. Niet dus en dat is mijns inziens zeer onterecht. Misschien heeft dat óók te maken met de magere hoeveelheid beschikbare informatie (?) Eén foto van een wat saai uitziende, peinzende man: is dat mijn held? Ik moet toegeven dat dat nogal tegenvalt. Jan (Johannes Hermanus) Lutz werd op 11 november 1888 in Rotterdam geboren. Zijn ouders waren van Zwitserse afkomst, waarom
zij zich in Rotterdam vestigden weet ik niet. Jan had in ieder geval een broer, Peter Lutz, die ook tekende. Een groot deel van zijn leven woonde Jan in Amsterdam, in 1952 verhuisde hij naar Laren (NH) waar hij op 7 september 1957 overleed. Het was een druk baasje, niet alleen illustreerde hij tientallen boeken, ook gaf hij les en waarschijnlijk uit voorzorg – je weet maar nooit, freelance tekenen is ook maar ongewis (hoewel het hem een beste boterham opleverde) – , werkte hij een tijd halve dagen bij een papiergroothandel in Amsterdam.
Begonnen als leerling, geëindigd als meester
De vroege illustraties van Jan Lutz lijken niet op de prachtige tekeningen uit de veertiger en vijftiger jaren.

In het begin maakte hij, het kost me moeite om te schrijven, wat knullige tekeningen die mijn inziens niet verkoopbevorderend werkten. Later maakte hij ook stripachtige verhaaltjes, aardig om te zien maar niet erg bijzonder. Hij werkte onder andere voor kindertijdschriften zoals het blad Zonneschijn. In De lange midvoor van TTT tekent hij die midvoor, Wijnand Olten, meestal Wijn genoemd, in een Burberry regenjas, broek in de vouw en met een keurige hoed op. Meer een aankomend directielid van de Nederlandsch-Indische Bank dan een topvoetballer (dat in die tijd geen stuiver opleverde). Overigens vind ik dit echte voetbalboek van A.C.C. de Vletter en uitgegeven door de Gebroeders Kluitman, één van de aardigste voetbalboeken die ik ooit las.
Jan was, waar het om de klandizie ging, niet kinderachtig. Een klant was een klant. Hij illustreerde talloze zondagschoolboekjes voor Callenbach uit Nijkerk (nu een onderdeel van Kok Kampen) en Meinema’s Naamloze Vennootschap (stond volledig op het omslag) uit Delft. Ik heb er heel wat gelezen. Hoe moralistisch ook, de tekeningen van Jan Lutz maken er aantrekkelijke boekjes van. Maar ook tekende Jan voor de Katholieke Illustratie. Niemand, noch van protestantse, noch van katholieke zijde, nam daar blijkbaar aanstoot aan. Soms maakte hij alleen de omslagen. Ik kan me mijn teleurstelling nog herinneren toen ik Wout de scheepsjongen van W.G. van de Hulst kocht. De tekeningen in het binnenwerk bleken niet van Jan Lutz maar van Isings te zijn. Ook prachtig, misschien wel kunstzinniger, maar toch niet zo mooi en karakteristiek als de illustraties van Jan Lutz.
Wielrennen en voetballen
Jan Lutz was niet alleen tekenaar, illustrator en cartoonist maar ook sportliefhebber. Sport was zijn passie en dan met name voetbalclub Ajax en het wielrennen. Verschillende malen volgde hij de Tour de France ter plekke en hij schreef er zelfs een boek over: De legende van de gele trui met voorwoorden van Kees Pellenaars en Jaques Goddet, directeur generaal van de Tour. Wie kent die, in hun tijd, grote namen nog? De illustraties vallen tegen, Jan Lutz heeft ze niet meer zelf kunnen maken. Voor Ajax werkte hij jarenlang mee aan het clubblad.
Jan Lutz en de anderen
Jan Lutz tekende veel, maar is toch veel minder bekend dan bijvoorbeeld Tjeerd Bottema en Isings , die volop schoolboekjes illustreerden en zo een enorm breed ‘publiek’ bereikten. Ook wordt Jan Lutz wel vergeleken met Hans Borrebach en zelfs Pol Dom, die hoofden tekende als versgebakken appelbollen. En ach, Hans Borrebach, met zijn types, die je ook nu nog volop aantreft in Scheveningse strandtenten. Leuke tekeningen maar te glad en te mooi en zonder de spanning die Jan Lutz in zijn tekeningen wist te leggen.
De zomer duurt lang
Jan Lutz is mijn illustrator, dat moge duidelijk zijn. In december lees ik al die oude uitgaven weer. En gek, in januari, als de dagen een beetje beginnen te lengen, krijg ik zin in de lente en neemt de belangstelling voor Jan Lutz wat af. Tot in de zomer………Dan slaat het heimwee weer toe.
Peter Kouwenhoven




