1.png
De Winterboeken van de Margriet

Biografie: Korthals Altes


foto: Ruth Zweigert (Zw.)

Korthals Altes, Alison (pseudoniem Alison K. Altes), Amsterdam
Schilderes, tekenares, dichteres. Publiceerde ook onder de naam Alison Metternich-Korthals Altes en Alison K. Altes.
Na haar eind-examen voor de illustratieklas van de Rietveld Academie, waar zij o.a. les kreeg van Lex Metz, Piet Klaassen, Ab Sok en lettertekenen van Theo Kurpershoek, ging zij naar de Lay-Out afdeling van de Geïllustreerde Pers in Amsterdam (1957 tot 1969). John van het Klooster werd haar chef en ook hij kwam van de Rietveld Academie en liet haar de vrije hand bij het ontwerpen voor diverse modeshow-programma’s, affiches en decors. Modepagina’s, kleine humoristische tekeningetjes voor Margriet en een voorplaat 1963. Zij voelden zich zeer vernieuwend in de vormgeving in vergelijking met hoe de bladen er tot dan toe uitzagen. Een ander jaar rond Kerst, kwam er een wandkleed op de achterkant van Margriet evenals bij de Libelle. Ook tekende zij het omslag voor het Vakantieboek van de Margriet uit 1962.


Weekblad Margriet nr. 52 – 28 december 1963/ Achterkant Libelle en Margriet 1964Vele jaren verzorgde Alison de lay-out van Donald Duck, met vernieuwende ”letterkopjes” boven de verhalen. Later kwamen de “plakletters” en was het kopjes tekenen overbodig. (Zie ook: biografieën Jan Wesseling, reactie Alison K. Altes).
Langzamerhand werd zij meer en meer gevraagd voor illustraties bij de kinderverhalen. Daar vloeide later uit voort dat zij veel free-lance voor Okki/Taptoe tekende. Helaas moest er altijd aan de drukkwaliteit gedacht worden. De kleuren werden lang niet zo mooi als het in deze tijd met moderne technieken het geval is.
Daarna is zij free-lance kunstenares. Zij exposeert regelmatig in binnen- en buitenland en is lid van de Sint Lucas Vereniging, waarvan ook P. Mondriaan al lid was. Deze vereniging had tot de jaren ’90 exposities in het Stedelijk Museum.
In de jaren zestig illustreert ze “het Sprookjesboek” van Godfried Bomans en “Vadertje Langbeen” van Jean Webster. In 1972 schrijft zij onder de naam Alison E. Metternich-Korthals Altes zelf een sprookjesboek “De tovenaar vertelt” en illustreert daarbij.
Op de site www.bomansweekblad.nl staat een interview met Alison over haar werk voor de boeken van Godfried Bomans en over de invloed daarvan in haar werk. Ook meer persoonlijke aspecten komen naar voren.

     
Godfried Bomens Sprookjesboek 1965/ Alison in gesprek met Godfried Bomans/ De Vijvervrouw 1966

   

De Vijvervrouw, De Pantoffelheld, De Sproetenprinses en Maraboe en Morsegat (alle vier uitgegeven in 1966) bevatten verhalen uit het Godfried Bomans Sprookjesboek
 
Vadertje Langbeen, De Spaarnestad Haarlem 1966/ De Tovenaar vertelt, Ankh -Hermes 1972


1973, omslag Alison Metternich-Korthals Altes
In de jaren tachtig verschijnen een aantal dichtbundels van haar hand met daarbij eigen illustraties.

In de jaren tachtig verschijnen een aantal dichtbundels van haar hand met daarbij eigen illustraties.

Uit Coma
In 1990 belandt de kunstenares na een zwaar auto-ongeluk in een Zuid-Frans ziekenhuis. Haar ervaringen die ze had tijdens de periode toen ze in coma lag beschrijft ze in het boek “Uit Coma, voor jou bleef ik leven”. Een boek over het schemergebied tussen visioen en werkelijkheid,tussen dood en leven.
Half mei 2008 verschijnt een herdruk van dit boek.

Pim van Lommel, cardioloog en auteur van het boek “Eindeloos Bewustzijn” over het boek van Alison: “We kunnen veel leren van dit verslag van haar coma. (…) Er gaat in zo’n kritiek medische situatie ontzettend veel meer om in het bewustzijn dan we ooit hebben beseft.”

***********************************************************************************

In 1997 komen haar tekeningen voor in het boek van Udo de Haes “Van een haan die vergat te kraaien: verhalen voor het hele jaar”.

 
  
In 2006 verschijnt de CD “Leven is houden van”, waarop een bloemlezing van gedichten van Alison K. Altes en zang van haar dochter Alison Metternich, alt-mezzosopraan.

 

******************************************************************************************************

In 2011 verschijnt:

 
Expositie 2010
Van zondag 13 juni tot en met zaterdag 3 juli 2010 zijn werken van Alison K. Altes en Marjolein Muthert te bezichtigen.
Openingstijden van woensdag t/m zaterdag van 13.00 tot 17.00 uur.
Plaats: Het Kunstbedrijf, Raadhuisstraat 56A, 2101 HH Heemstede.
Galeriehouder: Jur Fortuin, tel 023-5474499.


Van links naar rechts: Paul Kluwer, oud directeur uitgeverij Ankh./Hermes, Alison Metternich, alt mezzosopraan en dochter van Alison K. Altes/ Alison K. Altes, kunstenares.

Tevens is Alison door de conservator van het Frans Hals Museum te Haarlem gevraagd om met enkele illustraties (aquarellen) uit het door haar indertijd geillustreerde Godfried Bomans Sprookjesboek (uitgeverij Elsevier) mee te doen aan de grote herdenkingsexpositeie over Godfried Bomans in De Hallen te Haarlem (20 juni t/m 2 september aanstaande).

Onlangs is Alison geinterviewd over haar Comaboek en haar schilderwerk door één van de reguliere omroepen. Over dit TV programma dat in deze zomer gepresenteerd gaat worden, zal in de televisiebladen te zijner tijd een aankondiging komen.


alison.k.altes tekent moeder en dochter, model en illustraties.
uitgegeven in eigen beheer, amsterdam 2009.

**********************************************************************************

Uit: Bomans Weekblad – - – donderdag 21 februari 2008 – - – laatst gewijzigd 03-03-2008

zie ook: www.bomansweekblad.nl  

 “De samenkomst”, een oecumenisch sprookje voorgelezen door … Bomans
Ongetwijfeld kent u het sprookje De samenkomst . Het gaat over de dreigende ondergang van de wereld door “een gordijn van water”, alsof de aloude zondvloed zich gaat herhalen. Drie geestelijken redetwisten met elkaar over de precieze plaats in de heilige boeken waar dit al aangekondigd staat. De pastoor, de dominee en de pope (van de Russisch-orthodoxe kerk) worden het niet met elkaar eens en ondernemen dus geen enkele actie. Ze hebben het te druk met het aantonen van hun eigen gelijk. Ook een diaken komt er nog bij, “maar het water kwam hun tot de lippen. En zij zwegen voorgoed. Toen was er niets tussen die hoge bergen dan een stil, rimpelloos meer. Er vloog een duif over. De vogel cirkelde over het water, alsof hij iets zocht. Toen vloog hij heen.” Voor het Sprookjesboek maakte Alison Korthals Altes een tekening van deze laatste scène die u eigenlijk paginagroot zou moeten zien.


Ill. Alison Korthals Altes

Het sprookje is opgenomen in diverse boeken van Bomans en staat ook op de plaat. Op de 2 lp De droomwereld van Godfried Bomans leest Luc Lutz het voor. Er blijkt nu dus ook een opname van Bomans zelf te zijn !

Alison Korthals Altes:
“Bomans was in alles uitzonderlijk”

door Jeroen Aarten

 

In de Scheldestraat, waar volgens Geert Mak nog “een vleugje slechtheid uit de binnenstad” heerst, koop ik bij bloemenwinkel Isabel een fraai boeket voor Alison Korthals-Altes. Wanneer ik haar die overhandig en zij belangstellend informeert bij welke winkel ze zijn aangeschaft, roept ze uit: “Ach, daar heb ik ooit mijn tekeningen geëxposeerd. Had even gezegd dat ze voor mij waren, dan had je vast korting gekregen!”
De eerste twintig minuten van het gesprek vinden plaats in het keukentje, waar mw. Korthals-Altes omstandig koffie gaat zetten, de bloemen in een vaas zet en een paar andere huishoudelijke taken verricht. ‘Zo heb ik even de tijd om je af te tasten, ik moet immers weten wat voor vlees ik in de kuip heb.’ Al die tijd sta ik als een examenkandidaat aan het aanrecht, terwijl ze praat over haar kosmisch bewustzijn, haar bijna-doodervaring als gevolg van een ernstig auto-ongeluk en het boek dat ze over deze ervaring schreef (Uit coma, uitgeverij Ten Have 2008).
   Blijkbaar breng ik het er goed vanaf, want met een krachtig “zo, laten we gaan zitten” promoveert ze me naar de huiskamer. De bloemen krijgen een prominente plaats. Ik kijk ernaar en moet opeens denken aan de persoon die de levensfases van bloemen en planten ooit kernachtig samenvatte met de woorden “groei, bloei, snoei en doei”. 
Wanneer ik de taperecorder op de tafel zet, schrikt ze even. “Je mag niet alles opnemen, hoor. Ik zal je af en toe vragen dat ding uit te zetten.” Dat weiger ik vriendelijk doch beslist, wat haar toch af en toe nerveus zal maken. Bij al te intieme vragen moet ze even naar het keukentje om bij terugkomst van onderwerp te veranderen of ze loopt weg om het een en ander te pakken en aan mij te laten zien.
Aanleiding voor het gesprek is onder meer haar boek De Tovenaar Vertelt, dat vlak na de dood van Godfried Bomans verscheen.”De titel is een verwijzing naar Godfried,” aldus Korthals-Altes. “Hij is de tovenaar. Zijn sprookjes hebben mij geïnspireerd het ook eens te proberen.”

Het schrijven van sprookjes is erg moeilijk.
“Ja, maar toen ik zelf de sprookjes van Bomans illustreerde, wilde ik méér. Ik dacht: ik ga later ook zo’n boek maken. Mijn sprookjesboek is veel kinderlijker dan wat Godfried geschreven heeft. Zijn sprookjes zijn in hoge mate moraliserend, maar die moraal ontgaat kinderen. Ik heb het in mijn boek eenvoudiger gehouden.”
Wanneer is het boek er uiteindelijk gekomen?
“Het illustreren van Bomans’ Sprookjesboek heeft mij zoals gezegd het zetje gegeven.


Ik had een heel goed contact met de toenmalige directeur van Elsevier, Floris Bakels, die overigens een vriend van Godfried was. Hij kwam wel eens bij mij thuis. Ik was aan het werk voor mijn eigen boek en had al wat sprookjes en illustraties klaar. Bij een van mijn tekeningen riep hij uit: “Dat is Godfried, ik zie het duidelijk”.  Dat had hij scherp gezien, want het bijbehorende sprookje, ‘De wonderlijke vogels’, is ook op Bomans geënt. Daarom heb ik hem getekend met allemaal kinderen om zich heen.


“… met allemaal kinderen om zich heen…”
(Tovenaar, p 89)

En in hetzelfde sprookje heb ik een tekening gemaakt met Godfried en zijn dochter Eva in het achterhoofd.


“… Godfried en zijn dochter Eva…”
(Tovenaar, p 91)

Je merkt het: ik zou dit boek nooit geschreven kunnen hebben als ik Godfried niet van nabij had gekend.”
In de tekeningen is Bomans niet echt te herkennen.
“Dat is ook niet de bedoeling. Met de illustraties en teksten heb ik zijn wezen willen uitdrukken.”
Dus de zin “Meneer Bloem was zeer wijs maar niet erg gelukkig” uit het sprookje ‘De wonderlijke vogels’ moet gelezen worden als “Meneer Bomans was zeer wijs maar niet erg gelukkig”.
“Die analyse is voor je eigen rekening, maar zulke verwijzingen zitten er zeker in. En dit sprookje is op Bomans geënt, hè?”
U was blij met de verschijning van uw boek?
“O ja, beslist. In zekere zin is het mijn monument voor Godfried geworden. Ik was er jaren mee bezig en wilde het hem graag laten zien, maar toen het boek eindelijk af was, stierf hij. Helemaal tevreden met de uitgave was ik niet. Ik had alle illustraties in kleur gemaakt, maar de uitgever had me niet verteld dat een deel van de tekeningen in zwart-wit zou worden afgedrukt. Een kleurenillustratie in zwart-wit wordt lelijk; de nuances die met kleuren kunnen worden uitgedrukt, verdwijnen. Sommige kleuren worden veel te donker, andere te licht. Als ik dat van tevoren zou hebben geweten, had ik de tekeningen andere accenten gegeven. Maar ik ben tot op de dag van vandaag bijzonder trots op De tovenaar vertelt. Ik heb er ook bijna de Gouden Penseel voor gekregen.”
Hoe verliep het werk aan het Sprookjesboek van Bomans?
“In het begin waren er een aantal besprekingen tussen de uitgever, Godfried en mij. Ik las de teksten een aantal malen over en dan verzon ik daar beelden bij. Godfried heeft mij helemaal vrijgelaten; alleen halverwege hebben we nog eens contact met elkaar gehad om te kijken hoe het werk vorderde. Slechts over één tekening, die van ‘De soldaat met het houten been’, had hij een opmerking. Hij vond de rook uit de pijp niet mooi, geloof ik. Dus dat heb ik aangepast.


Sprookjesboek, p 134

Toen het Sprookjesboek af was, zei Godfried tegen mij: “Ach, konden wij maar samen een winkeltje beginnen.” Vooral de illustratie van ‘De waaiman’ vond hij mooi. Dat zijn eigenlijk Godfried zijn handen. Hij had hele mooie handen, vond ik.”


“… hele mooie handen…”
Sprookjesboek, p 184

Godfried heeft zelf eens verteld: de illustrator en de verhalenverteller moeten goed kunnen samenwerken, omdat degene die de tekeningen maakt zich moet kunnen onderdompelen in de droomwereld van de schrijver. Hoe voelde u hem aan?
“Misschien voelde ik intuïtief aan wat hij wilde. Het beeld versterkt de tekst. Dat is een cliché, maar wel wààr, anders zou het geen cliché zijn. We voelden een diepe genegenheid voor elkaar, en daar zijn mooie dingen uit voortgekomen. Godfried zelf vond het Sprookjesboek zijn meest bijzondere werk. Het zou mooi zijn als het opnieuw werd uitgegeven. Godfried heeft ‘De vijvervrouw’ en ‘Het lijstermeisje’ trouwens speciaal voor mij geschreven. Aleid (Slingerland, JAn) heeft me ooit een brief voorgelezen waarin Godfried haar dat geschreven heeft.”
Is dat ook in het sprookje te lezen?
“Godfried is ooit achter in zijn tuin in de sneeuw gevallen. Op zijn roepen werd hij daar door de tuinman gevonden. Hij had een paar ribben gekneusd of zelfs gebroken en moest naar het ziekenhuis. Nadat hij weer was opgeknapt heb ik hem leren kennen. In ‘De vijvervrouw’ ben ik het meisje dat van hem, de prins, houdt.”
Er gaan geruchten dat u meer dan een vriendschap met Godfried onderhield.
“Hier wil ik niet schijnheilig over doen. We voelden een diepe vriendschap én liefde voor elkaar, die werd gevoed door het werk aan het Sprookjesboek.” Ze wordt toch zichtbaar nerveus, breekt het gesprek af, loopt even heen en weer en gaat weer zitten. Plotseling: “Kijk deze tekening eens.” In het Sprookjesboek wijst ze op de kleurenillustratie in ‘De koning die niet dood wilde’.


Sprookjesboek, p 181

Deze man in bed is Godfried. Zijn handen, zijn lippen. Alleen zijn ogen heb ik anders gemaakt. Ik voelde aan dat Godfried wel eens heel vroeg zou kunnen overlijden. Mijn man, die ik tijdens het maken van het Sprookjesboek trouwens nog niet kende, was daar veel te nuchter voor, maar zei wel: “Als je iets voelt, zeg het me dan”. Op een avond voel ik opeens twee handen op mijn rug. Ik voelde wanhoop. Later belt een vriendin op met de mededeling: “Je moet maar niet schrikken, Godfried is dood.” Ik ben niet op de begrafenis geweest. Ik kon het niet opbrengen.”
U voelde zoveel voor hem dat u zijn vrouw niet onder ogen durfde komen?
“Nee, nee, dat is het niet. Ik kon het niet. Ik kón het gewoon niet. Het greep me te veel aan. Ik had hem jaren niet meer gezien, ik wilde hem in herinnering houden zoals hij was toen we samen waren.” Na een korte stilte: “We hielden van elkaar.” Ze staat opnieuw op, pakt een brief en zegt: “Ik zond hem in 1964 een zelfgemaakt boekje met haiku’s en tekeningen. Ik kreeg een briefje terug:


“Lieve Alison, je boekje dat ik op een heel stil moment opende, vond ik enig. Het is zo helemaal van jou. Niemand anders kan zoiets maken. Ik bel je in de middag op, één keer vroeg en één keer laat.
Je Godfried.”


Zo’n briefje zie ik als een symbool van onze gevoelens voor elkaar.”