Biografie: Grosman
- Home
- Annuals
- Biografieën
- Alka
- Berbers
- Bouhuys
- Carvalho
- Dixhoorn
- Doeve
- Dorenbosch
- Gerding
- Goris
- Grosman
- Helfensteijn
- Herson
- Hulsebosch
- Jansma
- Korthals Altes
- Kresse
- Lap
- Leeuwen van Bierenbosch
- Löbler
- Lutz
- Macrander
- Marée
- Meer van der
- Schermele
- Stempels
- Stork
- Veen
- Vet
- Vollewens
- Vollewens-Zeylemaker
- Vos
- Wanrooij
- Wesseling
- Wijdeveld
- Wijnand
- Worm
- Zipper
- Zonderland
- Diversen
- Jeugdboeken
- Kerstboeken
- Schaduwbeelden
- Strips in winterboek
- Tentoonstellingen
- Teulings’ Drukkerijen
- Vakantieboeken
- Walt Disneyboeken
- Week in Beeld
- Winterboekencovers
- Winterboekenhistorie
- Te koop en Linken
- Contact
Het schilderij van Grosman stamt uit 1938
Grosman, Jacobus (02-04-1907 Delft, overleden 18-03-1970 Velp) studeerde medio jaren ’20 van de vorige eeuw aan de Kunstacademie “Kunstoefening” in Arnhem.

Drie vroege prentbriefkaarten, waarvan de eerste stamt uit 1925
Hij verdient – ofschoon hoofdzakelijk als reclametekenaar en illustrator werkzaam te zijn geweest (bij diverse reclame-bureaus, als free-lancer en bij de N.D.I. in Deventer) – toch vooral aandacht als tekenaar van de strip Gijsje Goochem, die hij in zijn eerste Amsterdamse periode, omstreeks 1930, voor het eerst op papier zette. Gijsje Goochem, een gag-strip met tekstballonnen, gaat over het jongetje Gijs, dat (vaak met zijn vriendje Wimpie, z’n hondje Nero en agent Buikie) in losstaande verhalen allerlei komische belevenissen meemaakt of zelf veroorzaakt, die verhaald worden in een bewust foutief, wat kinderlijk bedoeld taalgebruik.





Gijsje Goochem’s Guitenstreken, 1e, 2e, 3e, 4e en 5e boek
In de crisistijd, begin dertiger jaren, werkloos geworden, stuurde Grosman wat Gijsje Goochem-tekeningen naar de N.D.I. in Deventer, waar deze zo goed werden ontvangen dat hij daar in dienst kon komen als tekenaar en illustrator. Het is voornamelijk dat Grosman daar de Gijsje Goochem-strip tekende voor verschillende bladen: Elck Wat Wils (bijvoegsel bij het Weekblad voor het Noorden 1931/1938); Ons Geïllustreerd Weekblad (1935); Olijk en Vrolijk (1938/1941); De Week in Beeld (1950/1953). In alle nummers van Olijk en Vrolijk verscheen de strip. Sommige nummers hebben een Walt Disney-achtige voorplaat en doen – mede door de dansende letters in de titel – verdacht veel denken aan een ander blad, dat ruim tien jaar later bij dezelfde uitgeverij (de G.P.) zal verschijnen.
Bij de Geillustreerde Pers verschenen in 1937 twee stripalbums van de hand van Jacobus Grosman, te weten Joe Bing de Stoutmoedige en Joe Bing in Alaska. Deze albums zijn een onderdeel van de serie “Marijac” en de Wrill-uitgaven.

Bron: Stichting digitaal archief Leeuwarder Courant, 17 october 1933
In 1937 verschenen de Gijsje Goochem-afleveringen gebundeld in een vijftal albums bij de Geïllustreerde Pers, getiteld Gijsje Goochem’s guitenstreken; en vlak na de oorlog kwam er nog een leesboek met illustraties uit, getiteld De avonturen van Gijsje Goochem.

Uit het leven van Gijisje Goochem, ca. 1935/Het teken van de vis door A. van Hartingsveldt, 1953/De dam aan de rivier door H. Henszen Veenland (= H. te Merve)
* In Onze Taal, Maandblad van het Genootschap Onze Taal van januari 2008 gaat Ewoud Sanders in op het begrip “goochem”. Klik op linkerplaatje Uit het leven van enz. om het artikel te lezen.
Naast Gijsje Goochem tekende Grosman in de jaren ’30 nog enkele strips, te weten: Slimpie Branie in Olijk en Vrolijk (1e jaargang 1936); Assemee en Zilverbaard (ballonstrip), in Utrecht in Woord en Beeld (1935); De Wonderlijke Avonturen van Pietje Peggel, boekuitgave, Deventer (N.D.I.) 1935.
.
De wonderlijke avonturen van Pietje Peggel, 1935. (Ned. Diepdruk Inrichting, Deventer)

Illustratie uit Kerstboek GP 1939/Kerstnummer De Spiegel nr. 12, 22 december 1951, voorplaat van Grosman
Na de oorlog – nog steeds in dienst bij de N.D.I. – maakte hij illustraties voor G.P.-bladen als Margriet, Eigen Erf en De Stuwdam.
Bron: Wordt Vervolgd, Stripleksikon der Lage Landen Samenstelling Evelien en Kees Kousemaker Utrecht/Antwerpen 1979 (Rob Richard, Het Nederlandse beeldverhaal voor 1940 en Albert Tol, Striptijdschriften)



